Ereloon Advocaat

In de Standaard, Vlaams Brabant, is een artikel gepubliceerd over de Rechtsplegingsvergoeding en de erelonen van advocaten. De les is: ‘ maak afspraken die richtlijnen inhouden want de rechtsplegingsvergoeding zal veelal niet volstaan.’

 

Hierbij het artikel:

Procederen duurder voor verliezende partij

Het is moeilijk om vooraf in te schatten hoeveel werk een zaak zal meebrengen. Toch is het belangrijk aan te dringen op een realistische raming

Wie een proces wint, heeft sinds 1januari 2008 recht op een wettelijke ‘rechtsplegingsvergoeding’. Dat is een forfaitaire vergoeding die door de verliezende partij betaald moet worden om de advocatenkosten van de winnaar te vergoeden. Ook vóór deze nieuwe wet in voege trad, had de winnaar van een procedure recht op zo’n vergoeding. Maar die vergoedingen waren eerder symbolisch, van minimum 40 tot maximum 500 euro. Al sinds een Cassatie-arrest in 2004 bestond er discussie over deze vergoeding. Daaraan heeft de wetgever een einde gemaakt door de rechtsplegingsvergoedingen gevoelig op te trekken. En daarmee is de hele discussie gesloten: buiten de verhoogde rechtsplegingsvergoeding kan voortaan geen enkele vergoeding voor advocatenkosten meer toegekend worden. De hoogte van de vernieuwde rechtsplegingsvergoeding hangt af van de inzet van het proces. Om een idee te geven: voor vorderingen tussen 5.000 en 10.000 euro bedraagt het basisbedrag 900 euro. De rechter kan dit bedrag weliswaar verlagen tot 500 euro of optrekken tot 2.000 euro indien dat wenselijk en verantwoord is. Voor geschillen van 20.000 tot 40.000 euro bedraagt de basisvergoeding 2.000 euro, met een minimum van 1.000 en een maximum van 4.000 euro. Is een vordering niet in geld waardeerbaar, bijvoorbeeld als het gaat om een discussie over burenhinder of over de toewijzing van de kinderen bij een echtscheiding, dan bedraagt het basisbedrag van de rechtspleginsvergoeding 1.200 euro. Dat bedrag kan evenwel verlaagd worden tot 75euro of verhoogd tot 10.000 euro wanneer de omstandigheden het verantwoorden. Hoewel deze wettelijke rechtsplegingsvergoedingen een stuk hoger liggen dan de aalmoezen van vroeger, leidt het geen twijfel dat ook deze verhoogde bedragen in vele gevallen niet volstaan om de werkelijke ereloonnota van de advocaat te betalen. Want advocaten zijn dure vogels. We hebben allemaal al wel verhalen gehoord van zaken waarbij de ‘winst’ amper volstond om het honorarium van de advocaat te betalen… De uurlonen van advocaten liegen er dan ook niet om. Een courant advocatenereloon ligt vandaag de dag rond 110 à 120 euro per uur. Goedkope of beginnende advocaten verlenen hun diensten soms al vanaf 60 à 70euro per uur. In grote kantoren daarentegen zijn uurlonen van 200 à 250 euro of meer, dan weer helemaal geen uitzondering. En bij zo’n tarieven kan het snel oplopen. Enkele besprekingen met een klant, wat heen en weer conclusies formuleren, een pleidooi voorbereiden en het pleitwerk zelf kosten immers al snel ettelijke uren tijd. Daarbovenop komen nog de administratie- en algemene kantoorkosten van de raadsman. Het spreekt voor zich dat zelfs de verhoogde rechtsplegingsvergoeding vaak niet zal volstaan om al deze kosten te dekken. Verder moeten er bij de meeste procedures ook een aantal gerechtskosten betaald worden, zoals dagvaardingskosten, rolrechten, kosten van beëdigde vertalingen, deurwaarderskosten, expertises, enzovoort… Die staan los van de advocatenkosten en worden dus niet gedekt door de rechtsplegingsvergoeding. Meestal worden de gerechtskosten voorgeschoten door de eisende partij en worden ze nadien via het vonnis ten laste gelegd van de verliezende partij. Dat is overigens geen gevolg van de nieuwe wet maar is al jaren de gangbare praktijk. Omdat uurtarieven op zich weinig zeggen wanneer je geen idee hebt over het aantal uren dat gepresteerd zal worden, maak je hierover best de nodige afspraken voor je een advocaat aan het werk zet. Uiteraard is het moeilijk om vooraf correct in te schatten hoeveel werk een zaak zal meebrengen. Daarom wordt bij het begin meestal een voorschot of provisie gevraagd door de advocaat en volgen er nadien bijkomende voorschotten in functie van de evolutie van het dossier en van de gepresteerde uren. Dat is bijna onvermijdelijk. Toch is het belangrijk bij het begin van een zaak aan te dringen op een realistische raming. Al was het maar om te laten voelen dat je de kosten niet uit de hand wil laten lopen. Geraak je het niet eens met je advocaat over het aangerekende honorarium en kom je er onderling niet uit, dan kan je de hulp inroepen van de stafhouder, zeg maar het hoofd van de balie waarvan de advocaat lid is. In Vlaanderen zijn er 14 verschillende balies, en dus ook 14 stafhouders. Het is de taak van de stafhouder om bij een geschil beide partijen te begeleiden in hun zoektocht naar een oplossing. Lukt het niet om een dossier via arbitrage of in der minne te regelen, dan kan je er nadien altijd nog mee naar de rechter stappen. Maar dan beginnen de advokatenkosten natuurlijk opnieuw te lopen… http://www.advocaat.be

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s