Gedeeltelijke aansprakelijkheid van de bankier voor gebrekkige rapportering

Interessante informatie betreffende de aansprakelijkheid van een bankier die beleggingen beheert en daarvoor een vergoeding ontvangt.

Gedeeltelijke aansprakelijkheid van de investeerder. Koophandel Brussel April 2013 Kormaic KBC

Advertenties

The end of “the Office” “Law Firm”? Out-of-The-Office.

I share with you a comment I made on linkedin to the question if the Office is dead.

an open mind and view @thelawfarm

an open mind and view @thelawfarm

@TheLawFarm. While, when I started in 1988 in Belgium, location and the look of the office, were important, I predicted and practiced the change. I left the city. My mother was really concerned. “Her son was a lawyer but his office was ‘in nature, while all famous lawyers where in chique offices in the city and associations were popping with minimum 5 members”. Now on 50 attorneys in our small city around 10 have their practice outside the city @home.
After a while, I changed to Brussels because of my international contacts.
Here in Belgium, I stayed in Brussels (loft with office) for a few years. The advantage was that I was close to clients and based in the Capital of Europe. But on the other hand Life was harder and the costs of Life where much higher than in the country. Also bankruptcies of clients ‘forced’ me to downsize and choose another location. I live now at a farm that I am renovating. One of the names of my office is THELAWFARM. I am convinced that there is an inevitable change. My clients don’t care anymore, where I am located. They are interested in my knowledge, my contacts, the speed I deliver my service, the quality of my service and how I combine all this to get the best result or give them the best advice. Of course once and a while we meet to keep it personal. But where we meet is not that important anymore. As Margaret explains, here also I plan to use one of the spaces as a shared space for people with an open view and mind, to work, think and to live ‘out of the box /office ‘

Wat als de verhuurder wil verbouwen bij handelshuur? art 16,3 en 25 Handelshuurwet

Enkel mogelijk bij huurhernieuwing.  Buiten beschouwing gelaten of dit artikel al dan niet van dwingend recht is.
In verband met die werken: dat kan alleen bij een huurhernieuwing, dus niet na 3 jaar.
Art. 16, 3° Handelshuurwet:
“Zijn wil om het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed waarin de afgaande huurder zijn bedrijf uitoefent, weder op te bouwen. Als wederopbouw wordt beschouwd elke verbouwing door een afbraak voorafgegaan, beide de ruwbouw van de lokalen rakende en waarvan de kosten drie jaar huur te boven gaan;”

“De Rechtbank te Brugge (Rb. Brugge, 7 mei 1986, R.W., 1989-90, 710.) vat zeer goed samen waarin de afbraak- en slopingswerken bestaan: ‘om te kunnen spreken van wederopbouw in de zin van artikel 16, I, 3° Handelshuurwet, moeten vier voorwaarden cumulatief vervuld zijn, namelijk dat het werken betreft die a. een verandering inhouden, b. worden voorafgegaan door afbraak, c. de ruwbouw raken en d. waarvan de kostprijs meer dan drie jaar huur bedraagt. Als werken die de ruwbouw raken, dient men te beschouwen de werken aan muren die reiken van de funderingen tot aan de top van een gebouw evenals de nagenoeg volledige vervanging van de dakbedekking’. Er is een werkelijk verschil met veranderings- en aanpassingswerken die uitgevoerd worden door de verhuurder die de hernieuwing geweigerd heeft ‘voor eigen gebruik’. Deze laatste mogen door de verhuurder uitgevoerd worden voor herschikking van de inrichting van het pand; het volstaat dat hij die werken begint binnen zes maanden na de uitzetting zelfs als het effectieve persoonlijk gebruik aanvangt na die zes maanden.” (PAUWELS, A., VRANCKEN, M., Art. 16 Handelshuurwet In: X., Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer)

De verhuurder is tot betaling van de vergoeding van art. 25, 3° gehouden als hij het goed verhuurt zonder het te hebben weder opgebouwd, zelfs indien hij de nieuwe huurder had verplicht tot wederopbouw of tot uitvoering van zekere werken en ook al was de nieuwe huurder deze verplichting nagekomen (Cass., 21 juni 1974, Arr. Cass., 1974, 1168; Pas., 1974, I, 1088).

Onder wederopbouwen in art. 16, I, 3° moet volgens de gewone en normale betekenis van het woord worden verstaan de onroerende goederen in een soortgelijke of andere vorm herbouwen; een autosnelweg kan niet worden opgevat als de wederopbouw van een onroerend goed (Cass., 12 januari 1978, R.W., 1978-79, 662; Pas., 1978, I, 535, concl. Adv. Gen. Velu, J.; Arr. Cass., 1978, 566).

De verhuurder die overeenkomstig art. 16, I, 3° Handelshuurwet de huurhernieuwing weigert aan de huurder om het verhuurde goed af te breken en weder op te bouwen, gaat daardoor een persoonlijke verplichting aan tot uitvoering van het door hem geuite voornemen. Hij kan er zich niet op een ander van ontlasten, zelfs niet door de verkoop van het goed voordat de huur verstreken is (Cass. AR 7842, 26 juni 1992).

De kosten van meer dan drie jaar huur die, krachtens art. 16.1, lid 1, 3° Handelshuurwet in aanmerking mogen genomen worden omvatten niet enkel de kosten van afbraak en wederopbouw in zoverre die kosten rechtstreeks betrekking hebben op de ruwbouw, maar ook de andere kosten die verbonden zijn met de afbraak gevolgd door een verbouwing (Cass. (3e k.) AR C.00.0235.N, C.00.0246.N, 18 november 2002).

 
Art.16. I. De verhuurder kan de hernieuwing van de huur weigeren om een van de volgende redenen :
1 Zijn wil om persoonlijk en werkelijk het verhuurde goed in gebruik te nemen, of het op die wijze te doen in gebruik nemen door zijn afstammelingen, zijn aangenomen kinderen of zijn bloedverwanten in de opgaande lijn, door zijn echtgenoot, door diens afstammelingen, bloedverwanten in de opgaande lijn of aangenomen kinderen, of het te doen in gebruik nemen door een personenvennootschap waarvan de werkende vennoten of de vennoten die ten minste drie vierden van het kapitaal bezitten, in dezelfde betrekking van bloedverwantschap, aanverwantschap of aanneming staan tot de verhuurder of tot zijn echtgenoot.
2 Zijn wil om het onroerend goed een bestemming te geven die elke handelsonderneming uitsluit.
Zijn wil om het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed waarin de afgaande huurder zijn bedrijf uitoefent, weder op te bouwen. Als wederopbouw wordt beschouwd elke verbouwing door een afbraak voorafgegaan, beide de ruwbouw van de lokalen rakende en waarvan de kosten drie jaar huur te boven gaan.
4 Alle grove tekortkomingen van de huurder aan de verplichtingen die voor hem uit de lopende huur voortvloeien, met inbegrip van de waardevermindering van het onroerend goed veroorzaakt door de huurder, de zijnen of zijn rechtverkrijgenden, en van belangrijke veranderingen in de aard of de wijze van exploitatie van de handel aangebracht zonder instemming van de verhuurder, alsook elke ongeoorloofde handeling van de huurder die, objectief beschouwd, de voortzetting van de contractuele betrekkingen tussen de verhuurder en de huurder onmogelijk maakt.
Wanneer de verhuurder eigenaar is van de handelszaak die in het verhuurde goed geëxploiteerd wordt en de huur zowel het verhuurde goed als de handelszaak betreft, dienen bij de beoordeling van de grove tekortkomingen van de huurder aan de verplichtingen die voor hem uit de lopende huur voortvloeien, in aanmerking te worden genomen niet alleen de verplichtingen die het genot van het onroerend goed, maar ook die welke de exploitatie van de handel betreffen, onder meer de verplichting om de instandhouding van de handelszaak te verzekeren.
Indien de huurder betwist dat de verhuurder gerechtigd is de in de voorafgaande leden opgegeven redenen in te roepen, wendt hij zich tot de rechter binnen dertig dagen na het antwoord van de verhuurder, op straffe van verval.
5 Het aanbod van een hogere huurprijs door een derde, indien de huurder geen gelijk aanbod doet, overeenkomstig de artikelen 21, 22 en 23.
6 De afwezigheid van een wettig belang bij de huurder, die in de onmiddellijke buurt van het verhuurde goed een soortgelijke handel is begonnen voor het verstrijken van de termijn bepaald bij artikel 14 voor de kennisgeving door de verhuurder in antwoord op de aanvraag tot hernieuwing van de huurder, of die op dat tijdstip in de onmiddellijke buurt van het verhuurde goed beschikt over een onroerend goed of een gedeelte van een onroerend goed waarin hij zijn handelsbedrijf kan voortzetten.
II. De huurder heeft geen recht op hernieuwing van de huur, wat het deel van het onroerend goed betreft dat hij in onderhuur gegeven heeft voor een ander gebruik dan handel.
III. De minderjarige, de onbekwaamverklaarde, de blote eigenaar, de vermoedelijk afwezige of hun erfgenamen kunnen zich verzetten tegen de hernieuwing van de huur die zonder hun tussenkomst is toegestaan, indien zij het vrije beheer over hun goederen herkregen hebben.
IV. Buiten de hierboven bedoelde gevallen kan de verhuurder de hernieuwing weigeren mits hij aan de huurder een vergoeding wegens uitzetting uitkeert, gelijk aan drie jaar huur, eventueel verhoogd met een bedrag, toereikend om de veroorzaakte schade geheel te vergoeden.
 
Art.25. Indien de huurder regelmatig zijn wil heeft te kennen gegeven om van zijn recht op hernieuwing gebruik te maken en het hem is geweigerd, heeft hij in de hierna bepaalde gevallen recht op een vergoeding, die, behoudens akkoord van partijen, gesloten na het ingaan van dat recht, forfaitair bepaald wordt als volgt :
1 De vergoeding is gelijk aan één jaar huur, wanneer de verhuurder verlangt het goed te bestemmen voor een ander gebruik dan voor handel, bij toepassing van artikel 16, 2, of het weder op te bouwen, overeenkomstig artikel 16, 3. In dit laatste geval is evenwel geen vergoeding verschuldigd, wanneer het goed moet worden afgebroken of weder opgebouwd wegens ouderdom, wegens overmacht of krachtens bepalingen van wetten of verordeningen;Image

Factuurvoorwaarden Telecomperator herleid door rechter art 1231 BW en art 1153 BW

In een procedure voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel heeft de Rechtbank het verweer aanvaard van een consument opgeworpen door iLEGAL Advocatenkantoor.

De consument had een tweede abonnement afgesloten in het kader van een actie. Zij ging ervan uit dat haar eerste abonnement was afgesloten.

Omdat de operator niet kon bewijzen dat hij de consument hierop bewezen heeft, werd de operator voor het grootste deel zelf aansprakelijk geacht voor het gebruik van de eerste kaart door een dief die de kaart had gestolen van de consument.

Ook herleidde de Rechtbank de vergoeding wegens contractbreuk of beëindiging van de overeenkomst evenals de intresten op basis van artikel 1231 BW en 1153 BW.Uw partner bij contracten en factuurvoorwaarden

Voor verdere info kan u ons contacteren via dit formulier:

Waarom ‘i’Legal? ‘i’nternational ‘i’ndepedent ‘i’nternet

Een zoveelste idee een zoveelste website.

ilegal

staat voor

international
independent
internet

internationaal
omdat ik ben opgegeroeid in een internationaal gezin.
Van kindsbeen hebben wij veel gereisd.
Voor ons bestaan er geen grenzen.
Wij zijn ruimdenkend en hebben een brede kijk op het leven en mensen.

independent.
Niet dat ik naar het verleden kijk.
ik kijk naar de toekomst en probeer steeds ver te kijken. Maar mijn afkomst heeft mee bepaald dat ik zeer onafhankelijk ben.
Mijn grootvader was een Don ‘Cossack’. Hetgeen ‘vrij man’ betekent.
Vrijheid zit ons in het bloed. Wij kunnen dan ook niet afhankelijk zijn van iemand of van wat dan ook.
Voor cliënten is het zeer belangrijk dat een advocaat ‘vrij’ is zodat hij ten volle kan gaan voor gerechtigheid.

internet.
Omdat ik technisch ben aangelegd wouden de leerkrachten mij eerst naar de technische school sturen. Uiteraard ook omdat ze dachten dat ik niet goed genoeg was voor de universtiteit.
Uiteindelijk behaalde ik drie keer onderscheiding.
Mijn technische begaafdheid en ruime visie heeft het mogelijk gemaakt, pionier internetadvocaat.be te zijn.

Boetes in Frankrijk

Prijs van boe­tes in Frankrijk

Be­taalt u bin­nen de 3 of 15 dagen, kan het be­drag ver­min­derd wor­den.
Na 45 dagen, wordt de som ver­hoogd.
Als u 50 ki­lo­me­ter per uur te snel rijdt, is de boete for­fai­tair vast­ge­steld op 1.​500 euro. Bij her­ha­ling ver­hoogt de boete tot 3.​570 euro en ris­keert u 3 maan­den cel­straf.

Over­schrij­ding van de toe­ge­sta­ne snel­heid … For­fai­tai­re boete Ver­min­derd Ver­hoogd In­trek­king van het rij­be­wijs
… met 20km/u 68€ 45€ 180€ /
… met 20 km/u in een zone waar een snel­heids­be­per­king van 50 km/u geldt 135€ 90€ 375€ /
… met 20 tot 30km/u 135€ 90€ 375€ /
… met 30 tot 40km/u 135€ 90€ 375€ Max. 3 jaar
… met 40 tot 50 km/u 135€ 90€ 375€ Max. 3 jaar
… met meer dan 50km/u 1.​500€ / / Max. 3 jaar
Her­haal­de­lij­ke over­schrij­ding van de snel­heid met meer dan 50km/u 3.​570€ + 3 maan­den cel­straf / / Max. 3 jaar

Bron: http://www.​securi­te-rou­tie­re.​gouv.​fr(1)